The Golden Week

English version coming soon.

De gouden week is begonnen. Door een reeks van nationale feestdagen hebben de meeste Japanners vanaf 29 april een aantal dagen vrij. Op 29 april is het Showa Dag. Op 3, 4 en 5 mei worden achtereenvolgens de Dag van de Grondwet, van het Natuurgroen en Kinderdag gevierd.

De naam “gouden week” is in 1951 bedacht door een Japanse filmstudiodirecteur toen hij constateerde dat het bioscoopbezoek tijdens de week van eind april, begin mei een enorme piek vertoonde, en is gebaseerd op de Japanse radioterm “golden time”, waarmee een periode met extra hoge luistercijfers werd aangeduid. Tijdens de gouden week nemen veel Japanners betaald verlof. Sommige bedrijven sluiten zelfs hun deuren. Daarmee is het de langste vakantieperiode van het jaar die veel Japanse arbeiders (salary men) kennen. In de gouden week gaat men op reis of bezoekt familie en vrienden. Het werkzame leven ligt nagenoeg stil.

Op die eerste vakantiedag vertrek ik op uitnodiging van foster parent Asako-san met haar jongste drie kinderen, waarvan twee pleegkinderen, naar een tempel in Shirakawa, een stadje in Fukushima prefecture. Het worden gouden dagen want we combineren vakantie met research. De monnik bij wie we te gast zijn heeft de supervisie over het kindertehuis in Shirakawa; er is een moeder uit Fukushima met twee pleegkinderen en een 27 jarige jongen uit Chiba die is opgegroeid in een kindertehuis. Laatste nam drie vrienden mee.


Het is de eerste keer dat ik in een tempel verblijf. De omliggende natuur bepaalt het menu. We zoeken met de monnik in het bamboebos jonge bamboescheuten en verse kruiden; de blaadjes van de bloesemboom blijken ook eetbaar. Het eten wordt met veel oh’s en ah’s verzameld. De Japanners eren de natuur. We warmen ons aan het open vuur waar buiten de rijst op wordt gekookt. Het is die dag berekoud en in het woonhuis wordt pas gestookt als we gaan eten.

Tijdens het eten komen de verhalen. De 27 jarige jongen is wiskundeleraar. Hij heeft zijn studie en daarmee zijn leven te danken aan een oom en tante die hem mentaal en financieel steunden toen het zelfstandig wonen na 18 jaar kindertehuis mis dreigde te gaan. Voor de kleine (pleeg)kinderen is hij als een vader. Hij zou graag zelf een gezin willen, maar zegt een relatie en gezin niet aan te durven vanwege zijn gemankeerde komaf.
De monnik pleit voor opvang in pleeggezinnen maar die weg is nog lang. De meeste Japanners weten niet wat een pleeggezin is. Hij voert ook een pilot uit waarbij kinderen uit het kindertehuis vanaf hun veertiende op kamers gaan wonen in een nabijgelegen appartement. Ze hoeven nog niet hun eigen eten te koken maar de rest doen ze zelf. De overstap naar zelfstandig wonen als ze 18 jaar oud zijn is daardoor minder groot. Zijn plan werd goedgekeurd door de staat onder voorbehoud dat hij de verantwoording op zich zou nemen als het misging.
De pleegmoeder uit Fukushima is na het eten met haar kinderen van 3 en 5 jaar oud onder de wol gekropen en leest ze voor het slapen gaan voor. Aandacht die hun leeftijdgenootjes in het kindertehuis dat we de volgende dag bezoeken zeker weten missen.

share on twittershare on tumblrshare on pinterest
Comments are closed.
follow me on twitter iconRSS